Dees Goosen, een schilder 'pur sang'. Balancerend tussen de autonome zeggingskracht van de verf. Al werkend ontstaan de vormen, de vervloeiingen en de gelaagdheid van haar schilderijen. Het schilderproces staat hierbij voorop. De thematische rode draad is daarbij het geworteld zijn in twee culturen. Ze onderzoekt in haar werk hoe en op welke wijze het paradoxale grensgebied tussen twee culturen (westers en oosters) zich tot het begrip identiteit verhoudt. Verf is daarbij het medium dat - soms heftig, dan weer subtiel - dit grensgebied tussen deze twee werelden aangeeft. Het scheppen en onderzoeken zijn daden om de context te kunnen begrijpen van de (Indische) immigrantengeschiedenis van haar achtergrond. Als een analytische onderzoeker benadert zij het schilderproces en de eigenschappen van verf om de paradox van een imaginair vaderland te onderzoeken. Een imaginair land dat ver verwijderd is van de tastbare tegenwoordigheid, maar dat door praktische en psychologische overdracht door vorige generaties tegelijkertijd concreet aanwezig is. Het schilderproces van onderzoek duidt daarin, als een landkaart, de mogelijke routes in dit landschap. Dit imaginaire land verleent onderdak aan herinneringen, magie, mysterie en verlangen. En duidt de mytische aantrekkingskracht van een imaginair vaderland, het land dat gedroomd wordt.
"Niets is me te klein of ik heb het nog lief en ik schilder het groot en op goud.
En ik houd het omhoog en ik weet niet wie het bevrijdt of behoudt..."
Rilke